home

optredens

cd

audio video

 

liedteksten

biografie

contact

Liedteksten

 

ADEMNOOD

oh nee, niet wandelen

oh nee, niet wandelen

ik blijf in mijn mand want ik wil niet mee

oh nee

 

Ik zie ze rennen, alle honden

Maar ik zit stil en kan niet mee

Ik zou graag spelen met ze, samen

Maar ik ben altijd buiten adem

ik wou maar dat ik het kon, en eens een wedstrijdje won

en niet zo sloompjes dee

 

Maar eens gebeurde mij een wonder

ik was bevrijd en kreeg de geest

niets dat mijn adem me benam

ik wist niet wat me overkwam

maar net toen ik het besefte zakte het alweer weg

het was een droom geweest

 

oh nee, niet wandelen

oh nee, niet wandelen

ik blijf in mijn mand want ik wil niet mee

oh nee

 

Perverse lieden maakten mij zo, met mijn platte snuit

Mismaakt ben ik maar dat deert je niet want ik zie er schattig uit

En dat ik levenslang in ademnood verkeer

Mijn trieste lot doet jou geen zeer

Nee jij zit er niet mee, nee

 

oh nee, niet wandelen

oh nee, niet wandelen

ik blijf in mijn mand want ik wil niet mee

oh nee

 

 

FRAMBOZEN VOOR ONTBIJT

Nu is het mijn beurt

zo dadelijk ben ik bij je en vandaag beken je kleur

Ik ben er bijna

 

Keer op keer

Jij wisselt van gedaante maar ontsnapt me nu niet meer

Je bent van mij nou

 

Jij bedankte tot mijn spijt

voor mijn frambozen voor ontbijt

 

Jij gaat ervan lusten

‘k zal plukken bij de dageraad en ik zal niet rusten

tot ik je smaad wreek

 

Van sap doorweekt

zal ik je dan voeren tot je om genade smeekt

en dan je huilen sussen

 

Ik houd nu je belofte aan

mijn naam komt op je huid te staan

 

Jij bedankte tot mijn spijt

voor mijn frambozen voor ontbijt

 

 

 MARKEER MIJ

Je ziet me en je roept me en je komt in een draf

Je vraagt waar ik geweest ben en je dwingt een knuffel af

Ik vind je oh zo’n knapperd en je weet niet half hoe blij

Een land vol avonturen maar jij komt naar mij

 

En later in het spel krassen jouw nagels mijn vel

’t doet pijn jou te beminnen, schatje, als je me kwelt maar

Markeer mij met je tekens want ik ben van jou

En slaap dan in mijn armen zo zacht en zo lief, kom maar gauw

 

Breiend bij de kachel ‘s avonds wacht ik op jou

Al uren ben je buiten. waar blijf je nou?

Het klikklak van de deur weerklinkt nog als je binnensjokt

Ik geef je snel je eten en blijf kijken hoe je schrokt

 

En later in het spel krassen jouw nagels mijn vel

’t doet pijn jou te beminnen omdat je me kwelt maar

Markeer mij met je tekens, want ik ben van jou

En slaap dan in mijn armen zo zacht en zo lief…

 

Daar buiten zo genadeloos, zo fel  en zo wreed

Een beul voor de onschuldigen, een engel van leed

Maar binnen zo beminnelijk, zo ijdel en lui

Voor mij telt alleen dat tevreden geluid

 

En later in het spel krassen jouw nagels mijn vel

’t doet pijn jou te beminnen, maar toe maar en kwel mij,

Markeer mij met je tekens want ik ben van jou

En slaap dan in mijn armen zo zacht en zo lief, kom maar gauw 

 

 

SEIZOENSFRUIT

Wij namen die avond jouw tuin in bezit

vol van onze plannen en jouw lievelingswijn

de avond was zoel en het bleef nog lang licht

begin van de vakantie. Maar aan ons kwam een eind

 

die mooie wijn van jou

en aardbeien veel van mij

die jij niet eten wou

en het seizoen is nu allang voorbij

 

sindsdien de frambozen, de vlier ingemaakt

– helemaal alleen, want jij gaf me de bons -

maar tot mijn verdriet jouw fruit niet gesmaakt

wat is er dan gebeurd, het ging toch goed tussen ons?

 

de appels vallen al

mijn armen al minder bruin

‘tis vroeger donker al

en weinig te beleven in mijn tuin

 

maar het is nog niet te laat

ik wil met jou samen bramen eten

ik weet een plek waar heel veel staat

ga mee naar het bos, niemand hoeft het te weten

 

Hee, jij kunt mij met de herfst verzoenen

jouw fruit smaakt mij in alle seizoenen

 

 

DAT IK DE TIJD HAD

kwou nog steeds jou eens spreken

jou mijn liedjes nog steeds laten horen

twas al tijden geleden, maar

khad jou nooit uit gedachten verloren

 

Maar ik wachtte het moment nog af

er kwam steeds weer wat tussen

dacht ook dat er geen haast bij was

dus ik liet het nog rusten

 

Wij hebben samen nog staan zingen

ik zie ons daar nog staan

kheb nu alleen herinneringen

en jou tekortgedaan

 

Ik dacht dat ik de tijd had

dat ik de tijd had

Ik dacht dat ik de tijd had

dat ik de tijd had

 

Tzal me niet meer gebeuren

kga bij iedereen langs en ze opbellen

kmoet nu niet zitten treuren, nee:

kgrijp nu iedere kans, niets meer uitstellen

 

Wij hebben samen nog staan zingen

ik zie ons daar nog staan

kheb nu alleen herinneringen

en jou tekortgedaan

 

sorry man, excuses

te laat ben ik, wat spijt me dat

oh, wat nu

je hebt niet meer op mij gewacht

terwijl ik dacht..

 

… dat ik de tijd had

dat ik de tijd had

Ik dacht dat ik de tijd had

dat ik de tijd had

 

 

LIEVE RENTMEESTER

mijn melk mag je nemen, ik ga akkoord

moge hij voedzaam zijn voor jouw soort

 

Mijn jong krijgt mijn melk niet, je voert het af

nog voor ik het zien of besnuffelen mag

 

Mijn kind, mijn kind, waar is mijn kind?

Ik zoek zijn geuren op de wind

 

Ik kan me niet draaien, mijn kooi zit dicht

nooit mag ik naar buiten, geen lucht, geen licht

 

Niet lopen, niet wroeten; ‘k leef niet naar mijn aard

vernederd mijn wezen, geknipt mijn staart

 

Opdat mijn vlees je smaken mag:

vergeet dat ik geen vreugde zag

 

Jij mag je tooien gaan met mijn vacht

geniet van de weelde, zo warm, zo zacht

 

Neem mij m’n vacht maar met bruut geweld

Laat mij daar spartelen – naakt, ontveld

 

Mijn vacht, mijn vacht, mijn trots, mijn tooi:

draag jij ‘m maar. Wat ben je mooi!

 

Wil steeds met mij je gang maar gaan,

Je nederige: Onderdaan

 

 

OGENSNOEP

vanaf een oude wollen deken

spreek je me aan in schuine blokjes en strepen

Je bent van voor mijn tijd

Ooit was je gewoon, maar nu een zeldzaamheid

 

Ik zoek steeds of je elders ook nog op me wacht

Niet in de tubes verf, niet op de lappenmarkt

Ik ken je DNA niet, weet niet hoe je heet

ik kan je niet omschrijven - je ontsnapt me steeds

 

Je vertoont je soms

aan een stralend heldre hemel op een winterdag

voordat de lente komt

zou ’k je graag nog zien een keertje als het mag

 

ik snap je boven een korenveld van Van Gogh

je wervelt en je kronkelt maar ik zie je toch

je zit dus in het landschap bij die cipresbomen

moet ik dan maar naar Zuid-Frankrijk komen?

 

je bent niet eens mijn grote liefde

maar alleen een fascinatie... een intrigerend raadsel, oh

de fruitigste, de exclusiefste

de zoetste van de regenboog - een snoepje ben je voor het oog!

 

vanaf een oude wollen deken

spreek je me aan in schuine blokjes en strepen

 

 

SESAMZAAD

Je geeft me koffie; wil je melk, wil je suiker erin?

En honingzoet vertel je over jezelf

En over brood, geroosterd sesamzaad en van je verdriet

Je warme stem bezorgt me kippenvel

 

Ik ben betoverd en ik denk de hele dag aan jou

En oh ik voel het als jij denkt aan mij

Maar waarom bel je niet terug - wat wil je… wie zijn die andere meisjes…?

Ben ik alleen tijdverdrijf?

 

De lieve glimlach, de attenties, de gevoelige snaar

Maar een charmeur maakt zijn beloftes niet waar

Het oogt verleidelijk, en die zaadjes smaken reuze krokant

Maar toch zit sesamzaad alleen maar aan de buitenkant

 

 

Wanneer ik zeg: ik moet gaan

Kijk jij me allerliefst aan en de zon en de sterren staan stil

Maar er gebeurt verder niets, je zegt alleen maar tot ziens, en niet:

Blijf nog, blijf nog, blijf nou nog even

 

Het oogt verleidelijk, en die zaadjes smaken reuze krokant

Maar toch zit sesamzaad alleen maar aan de buitenkant